Wie zich verdiept in de wereld van de macrofotografie, stuit al snel op een arsenaal aan zware statieven, instelsledes, flitsers en diffusers. Hoewel ik de technische perfectie van die aanpak enorm bewonder, zoek ik het zelf liever in de eenvoud. Sinds kort verken ik de wondere microwereld met de camera in de hand, waarbij de wandeling zelf zeker zo belangrijk is als het uiteindelijke beeld.
Een (klein) statief meedragen en minutieus afstellen voelt voor mij als een belemmering voor het wandelplezier. Ik heb het geprobeerd en zeker bij insecten vielen de resultaten mij tegen. Op het moment dat het statief enigszins goed stond, was de vlinder natuurlijk al lang gevlogen. Door uit de hand te fotograferen, kan ik spontaan van perspectief wisselen en blijft de fototas heerlijk licht. Ik sluit overigens niet uit dat ik straks in de paddenstoelenperiode het statief wel weer ga gebruiken. Paddenstoelen lopen immers niet weg en dan kan ik stressvrij leren werken met een statief.
Een mooie compositie weegt voor mij nooit op tegen het welzijn van wat er leeft. Ik raak insecten of amfibieën daarom nooit aan en verplaats ze onder geen beding voor een esthetischer achtergrondje. Wat ik aantref, blijft exact zoals het is. Om de kwetsbare flora en fauna te ontzien, blijf ik altijd op de paden. Daardoor fotografeer ik alleen wat zich toevallig binnen mijn bereik bevindt. Soms loop ik kilometers zonder een geslaagde opname te maken, om vervolgens ineens beloond te worden met een perfecte vlinder, rups of een hele mooie spin direct naast het wandelpad!
test